De meeste bestralingen worden gedaan met een bestralingsapparaat, waarbij de patiënt op enige afstand ('tele' of 'veraf') van de bestralingsbron is. Het bestralingsapparaat noemen we een lineaire versneller. De radioactiviteit wordt opgewekt met behulp van stroom. Op het moment dat de stroom onderbreekt is er dus geen radioactiviteit.
Je wordt niet radioactief van een uitwendige bestraling. Je kunt dit vergelijken met een gloeilamp: alleen als er stroom op staat is er licht. Als het licht uit is, gloei je ook niet na.
Voordat een bestraling wordt uitgevoerd moet eerst worden vastgesteld waar precies bestraald moet worden.
Mocht het hoofd of de hals worden bestraald wordt meestal gebruik gemaakt van een masker, zodat iemand elke keer precies dezelfde houding kan aannemen.
De bestralingsbundel(s) moet(en) zo worden gericht dat gezond weefsel en kwetsbare organen zo min mogelijk mee bestraald worden. Het exact bepalen van het te bestralen gebied wordt gedaan met een simulator of een CT-scan (of een combinatie daarvan: een CT-simulator).
Bij het maken van een CT-scan worden met behulp van een röntgenstraling, een driedimensionaal beeld verkregen. Hiermee kan het te bestralen gebied van alle kanten in beeld worden gebracht. Zo kan er een bestralingsplan worden opgesteld waarbij het gezonde weefsel zo veel mogelijk wordt ontzien.
Ook is het tegenwoordig mogelijk, met speciale apparatuur, de beweging van organen of tumoren vast te leggen (bijvoorbeeld de beweging van longtumoren onder invloed van de ademhaling) zodat daar rekening mee kan worden gehouden tijdens de bestraling.
Tijdens de (CT-)simulatie wordt vaak een tekening op het lichaam gemaakt en soms worden tatoeagepuntjes geplaatst. Dit wordt gebruikt voor de plaatsbepaling bij de daadwerkelijke bestraling. Als iemand bestraald wordt met een masker zal de tekening op het masker worden geplaatst.
Na het maken van de CT-scan wordt berekend hoeveel straling nodig is, hoelang de bestraling per keer duurt en hoe vaak wordt bestraald. De totale noodzakelijke dosis wordt meestal in kleine hoeveelheden verdeeld, waardoor de bestralingsbehandeling vaak uit meer dan één bestralingsbehandeling bestaat.
Hoe groot de totale dosis moet zijn om tumorcellen te doden hangt af van verschillende factoren:
- De gevoeligheid van een bepaalde soort kanker voor straling
- De grootte en plaats van de tumor
- Het doel van de bestraling
- Het herstelvermogen van het gezonde weefsel in of bij het bestraalde gebied
- De leeftijd en algemene conditie van de persoon die bestraald wordt
Na aanmelding bij het onthaal, komt een verpleegkundige je halen voor de bestraling. Deze vraagt je om het te bestralen gebied bloot te maken in de kleedkamer. Je verlaat de kleedkamer door de tweede deur en staat dan voor de ingang van de bestralingsbunker. Omdat er met 'hoge energie röntgenstraling' wordt gewerkt, zijn de bestralingsruimtes voorzien van dikke muren zonder vensters en dikke deuren. De verpleegkundigen kunnen je echter wel zien en horen via een videocamera die in de bunker is opgesteld.
De verpleegkundige installeert je op de bestralingstafel in de juiste bestralingshouding. De tafel en de kop van de lineaire versneller worden in de juiste positie gebracht. Dan gaat de verpleegkundige naar buiten om de behandeling te starten. Je merkt dit door zoemen en klikken van het bestralingstoestel. Een standaard bestraling duurt ongeveer 1 minuut per bestralingsveld. Meestal maken we gebruik van meerdere bestralingsvelden. Het toestel draait rond naar de nieuwe positie en de tweede bestralingsbundel wordt gegeven. Dit herhaalt zich totdat de behandeling van die dag klaar is.
Bij het instellen van het bestralingstoestel maakt de verpleegkundige gebruik van de lijnen op de huid of op het masker. Dit wordt altijd gecheckt met een röntgenfoto die genomen wordt op het bestralingstoestel. Dat doen we met het speciale vlakke paneel dat onder de tafel hangt, de portal imager. Hiermee zien we het bestralingsveld van die dag direct op een computerscherm afgebeeld.
Als de instelling niet nauwkeurig genoeg is, kan aan de hand van dit beeld een correctie plaatsvinden. Zo ben je verzekerd van een juiste behandeling. Dit is een technisch middel om te zien of de behandeling juist gegeven wordt. Effecten van de bestralingsbehandeling kan je hiermee niet evalueren.
Ook zul je merken dat de verpleegkundige bij de eerste bestralingen dosimeters op de huid kleeft. Hiermee kunnen we de bestralingsdosis extra controleren.
Een maal per week word je door de arts gezien voor de evaluatie van de klachten en voor het beantwoorden van vragen. Bij dringende problemen is er steeds een arts aanwezig.