|
Vragen over radiotherapie
Ja, je kan iemand meenemen ter ondersteuning, ook bij de gesprekken met de radiotherapeut. Zo kan je de informatie later nog eens samen doornemen. Tijdens de bestralingssessies verblijft je metgezel wel in een andere ruimte, om te voorkomen dat hij of zij aan de straling wordt blootgesteld.
Voor uitwendige bestraling hoef je meestal niet opgenomen te worden. Voor inwendige bestraling soms wel. Indien je samen de bestralingen ook chemotherapie krijgt toegediend, moet je hiervoor soms opgenomen worden.
Het bestralen doet geen pijn. Je voelt, ruikt of ziet er niets van. Na de behandeling ben je ook niet radioactief.
Alle verpleegkundigen zijn deskundig op het gebied van de apparatuur en je behandeling. Aan hen kan je vragen stellen over de behandeling. Voor vragen over je ziekte kan je best bij je radiotherapeut terecht.
De duur van de behandeling zegt niets over de ernst van de aandoening.
Zo normaal mogelijk. Het is mogelijk dat spannende kleding irritatie veroorzaakt op de bestraalde plaatsen. Dit is eveneens het geval bij sommige synthetische stoffen. Daarom raden we aan om losse, ruime en gemakkelijk te onderhouden katoenen kleding te dragen. Houd er tijdens de behandeling rekening mee dat er vlekken op komen door de tekeningen die men op je huid aanbrengt.
Dat hangt af van het gedeelte van je lichaam dat behandeld wordt. Het is mogelijk dat je een speciale zalf of crème voorgeschreven krijgt. Het is aangeraden om zachte toiletproducten te gebruiken, zonder detergenten. Liefst vraag je aan je behandelend arts of verpleegkundige of een bepaald product toegelaten is. Douchen mag, een bad nemen meestal liever niet. Het behandelde gebied mag je niet met zeep wassen, alleen afspoelen met water; de huid niet droogwrijven, maar droogdeppen.
In sommige gevallen (na heelkunde) is het nodig om een tijd te wachten alvorens de behandeling te starten, om de wonde beter te laten genezen.
Soms is er een of twee weken nodig om een goede planning te maken van de bestralingsbehandeling: intekening door de radiotherapeut-oncoloog; planning van behandeling; kwaliteitscontroles, enzovoort.
Ook na de bestralingsbehandeling wordt er een tijd gewacht voor er een herevaluatie gebeurt bij de orgaanspecialist. De effecten van de bestralingsbehandeling treden immers later op en werken nog enkele weken na de bestralingsbehandeling door. Ook moeten de acute nevenwerkingen van de bestralingsbehandeling voorbij zijn voor er een herevaluatie gebeurt.
Het medisch toezicht stopt niet bij het beëindigen van de radiotherapie. De resultaten van de radiotherapie worden nadien gecontroleerd, eventuele reacties worden beoordeeld en, indien nodig, worden aanvullende behandelingen voorgesteld: medisch, biologisch of radiologisch onderzoek kan nodig zijn. Dit toezicht gebeurt in samenwerking met de andere artsen die bij je verzorging betrokken waren.
De arts kan je aangepaste medicatie voorschrijven. Soms voel je je zich beter als je een lichte maaltijd nuttigt voor een bestraling.
Het medisch toezicht stopt niet bij het beëindigen van de radiotherapie. De resultaten van de radiotherapie worden nadien gecontroleerd, eventuele reacties worden beoordeeld en, indien nodig, worden aanvullende behandelingen voorgesteld: medisch, biologisch of radiologisch onderzoek kan nodig zijn. Dit toezicht gebeurt in samenwerking met de andere geneesheren die bij je verzorging betrokken waren.
Vermoeidheid is niet alleen een gevolg van de bestraling, maar kan ook te wijten zijn aan spanning of slaapstoornissen. Het kan ook een symptoom van een depressie zijn. Naargelang de oorzaak luidt het advies anders: bij slaapstoornissen doe je geen middagdutje, bij een depressie slaap je best niet langer dan gewoonlijk en over het algemeen zijn veel lichaamsbeweging en eventuele conditietraining veel effectiever tegen vermoeidheid dan 'veel rusten'.
Tijdens een bestraling verbruikt je lichaam veel energie. Het gevoel van vermoeidheid of zwakte zal langzaamaan verminderen na het einde van je behandeling. Om de vermoeidheid als gevolg van de behandeling te beperken, doe je best wat minder inspanningen. Probeer ook wat langer te slapen ’s nachts en doe overdag een dutje.
Dit is in principe niet wenselijk en kan slechts mits toestemming van je arts.
Ja, indien de radiotherapie beëindigd is. De behandelende arts of de radiotherapeut-oncoloog zullen aangeven welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen. Ze kunnen zo nodig contact opnemen met een arts in de buurt van je vakantieverblijf.
Als je naar een zonnige streek reist, moet je beslist vermijden de bestraalde lichaamsdelen aan de zon bloot te stellen, vooral het eerste jaar na de bestraling. Als je naar het buitenland vertrekt, is het raadzaam inlichtingen in te winnen inzake sociale zekerheid, verzekeringen, enzovoort.
De voeding moet veelzijdig en evenwichtig zijn. Soms kan men je vragen je eetgewoonten aan te passen. Het is raadzaam langzaam te eten, vette spijzen te vermijden en geen gekruide, zure, alcoholhoudende of zeer warme gerechten te eten. Eet bij voorkeur wat vaker kleinere hoeveelheden. Je radiotherapeut-oncoloog of een diëtist(e) kan je meer raad geven.
Bij het begin van de behandeling meld je aan de behandelende radiotherapeut–oncoloog welke medicatie je neemt. Hij/zij zal beslissen of je medicatie gewijzigd moet worden.
In de meeste gevallen wordt het innemen van geneesmiddelen die voorgeschreven zijn door je behandelende arts of specialist niet onderbroken. Mochten er problemen zijn, dan zullen je radiotherapeut-oncoloog en je behandelend arts samen een oplossing zoeken.
Wettelijk heb je recht op volledige werkonbekwaamheid. De effecten van radiotherapie kunnen echter van persoon tot persoon heel sterk verschillen. Sommige mensen voelen zich zelfs beter wanneer ze hun werkzaamheden geheel of gedeeltelijk verderzetten. Vraag je werkgever eventueel om je uurrooster aan te passen.
Een aantal patiënten ondervindt een wijziging in hun lustgevoelens en hun seksuele relaties gedurende de behandeling. Als er problemen zijn, aarzel dan niet om erover te praten. Er zijn bevoegde personen om je te helpen.
Als bij vrouwen het bekken bestraald wordt, raden we meestal aan gedurende de behandeling en in de periode onmiddellijk daarna geen seksuele betrekkingen te hebben. Irritatie van de slijmvliezen kan de oorzaak zijn van pijn tijdens de betrekkingen.
Radiotherapie is een plaatselijke behandeling. Ze werkt enkel in op de bestraalde zone. Chemotherapie is actief over het hele lichaam en verhindert de verspreiding van kwaadaardige cellen. Indien chemotherapie voorgeschreven wordt, kan ze voor, tijdens of na de bestraling plaatsvinden. Indien ze tegelijk gebeurt, kunnen de dosissen van beide behandelingen aangepast worden. Kijk hier voor meer vragen rond chemotherapie.
Om zich te kunnen verdedigen tegen de ziekte heeft je lichaam extra calorieën nodig. Een beetje lichaamsbeweging kan je eetlust stimuleren. Probeer om meermalen per dag kleine hoeveelheden te eten en laat je leiden door je eetlust. Indien nodig, kan je geneesheer of een diëtist(e) je verderhelpen.
Bepaalde bestralingen op het bekken kunnen inderdaad tijdelijke of blijvende steriliteit met zich meebrengen. Bij vrouwen stoppen meestal de maandstonden en treden er nog andere symptomen op van de menopauze. Een vervangingsbehandeling kan meestal worden voorgesteld. Bij bestraling op de geslachtsorganen vermindert bij mannen het aantal spermatozoïden en hun vruchtbaarheid. Als je nog kinderen wenst en vreest dat de behandeling je steriel zal maken, is het mogelijk om sperma te laten invriezen alvorens met de behandeling te starten. Voor vrouwen bestaat de mogelijkheid eicellen te laten invriezen.
|
|