Er zijn verschillende manieren om succescijfers uit te drukken. Hierbij moeten we het beoogde eindresultaat goed voor ogen houden. Dat is in eerste instantie het bereiken van een zwangerschap, maar daarnaast ook de geboorte van een kind (bevallingspercentage). In het Engels spreekt men van “take home baby rate”. Het bevallingspercentage bij intra-uteriene inseminatie (IUI) bedraagt tussen 13 en 19%, afhankelijk van de gebruikte medicatie. Voor inseminaties met donorsperma bedraagt dit zelfs 22%. Het bevallingspercentage voor IVF/ICSI bedraagt in dit centrum 31% per cyclus, hoewel er dus meer vrouwen zwanger worden. Voor een cyclus met een ingevroren embryo is dit ongeveer 18%.
Omdat niet alle patiënten de behandeling volhouden en soms vroegtijdig afhaken, wordt de kans berekend om met een baby naar huis te gaan in functie van het aantal pogingen dat de patiënten ondergaan. Na de eerste cyclus is dat percentage ongeveer 30%, na 3 cycli 64% en na 6 cycli 85%. Het loont dus de moeite om vol te houden, maar dit zal bij een tussentijds gesprek met de gynaecoloog geëvalueerd worden.