Stamcelstransplantatie

 

Bij een stamceltransplantatie krijgt de patiënt gezonde bloedvormende stamcellen toegediend. Omdat die in staat zijn in een ander bloedceltype te veranderen, kunnen ze defecte of afwezige cellen in het lichaam vervangen.

Na een stamceltransplantatie kan een patiënt het nodige weerwerk bieden aan hoge dosissen chemo- of radiotherapie. Zo’n hoge dosis is nodig om de kwaadaardige cellen in het lichaam te doden, maar vernietigt ook het eigen beenmerg. Dit wordt opgevangen door gezonde stamcellen toe te dienen.

De gezonde stamcellen worden toegediend via een transfusie: via een infuus stromen de cellen door de bloedbaan naar het beenmerg. Daar zullen ze dan gaan functioneren als beenmergcellen, om zo de plaats in te nemen van het beenmerg dat vernietigd werd door kanker of chemotherapie.

Er zijn twee types stamceltransplantaties: autologe en allogene.

  • Bij een autologe transplantatie komen de getransplanteerde cellen uit je eigen lichaam, waardoor de cellen niet kunnen worden afgestoten en het afweersysteem sneller herstelt. Dit kan echter alleen maar als de afgenomen stamcellen nog niet besmet waren en wanneer er geen sprake is van een erfelijke ziekte.
  • Bij een allogene transplantatie wordt er gebruik gemaakt van donorstamcellen.

Word stamceldonor

Het Rode Kruis Vlaanderen is voortdurend op zoek naar stamceldonoren. Meer informatie vind je op www.stamceldonor.be

Laatste update op: 08-03-2018
Auteur(s): Team Hematologie (Bloedziekten)