Bloedtransfusie: hoe gaat men te werk?

Bloedtransfusies redden levens. Want elke dag opnieuw zijn er mensen die bloed nodig hebben. Na een operatie, een bevalling, een zwaar ongeval of omwille van een ziekte. Transfusies gebeuren met bloed van gezonde donoren, onze hedendaagse helden.

Maar hoe verloopt zo’n bloeddonatie nu eigenlijk?  Eerst en vooral registreert de kandidaat-donor zich voor een donatie bij een donorcentrum, zoals het Rode Kruis. De veiligheid van het bloed gaat steeds voor alles. De kandidaat geeft zich vrijwillig op als donor en krijgt hiervoor geen vergoeding, maar doet dit vooral vanuit de overtuiging om mensen te helpen.

Eens geregistreerd ontvangt de kandidaat een medische vragenlijst die hij of zij correct moet invullen. Men vraagt naar de gezondheidstoestand van de kandidaat en peilt naar eventueel risicogedrag. De donatie-arts bespreekt dit met de kandidaat, stelt eventueel vragen en zal uiteindelijk beslissen of hij of zij geschikt is om bloed te geven. Als hij of zij geschikt is, kan de donatie van start gaan. Zodra het bloed is afgenomen, wordt het verwerkt, in het bloedtransfusiecentrum. Bloed bestaat uit verschillende bestanddelen, daarom splitsen ze het bloed zo snel mogelijk na de afname in rode en witte bloedcellen, plasma en bloedplaatjes. Met een zakje donorbloed kan men dus meer dan 1 patiënt helpen.

Prof. Dr. Zachée: Al deze bloedbestanddelen spelen een bepaalde rol. Rode bloedcellen zorgen voor de zuurstoftoevoeging naar al onze weefsel. Witte bloedcellen zijn de soldaten van ons bloed en verdedigen ons tegen indringers, zoals bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Plasma is het vloeibaar gedeelte van het bloed en bevat vooral water elektrolyten, hormonen en stollingsfactoren. Bloedplaatjes zorgen voor de bloedstolling en het stelpen van het bloed bij een wonden.

Na de bloeddonatie voert men een aantal laboratoriumonderzoeken uit, deze testen dienen niet alleen om na te kijken of het aantal cellen voldoet aan de vooropgestelde criteria of om de bloedgroep te bepalen, maar ook om bacteriën en virussen op te sporen zoals HIV, aids, Hepatitis B en C en syfilis.

De bloedresultaten blijven in quarantaine totdat de resultaten bekend zijn. Indien gunstig, wordt het bloedproduct vrijgegeven en verdeeld aan de ziekenhuizen. In het ziekenhuis wordt het bloed zeer zorgvuldig bewaard: elk bloedonderdeel heeft zijn eigen bewaartemperatuur en bewaartijd. Indien ongunstig, dan is het bloedproduct ongeschikt en wordt het vernietigd. De bloeddonor wordt op de hoogte gebracht en definitief uitgesloten als donor.

Dankzij al deze veiligheidsnormen is de kans op besmetting extreem klein. Maar hoe verloopt zo’n transfusie nu eigenlijk? Het lichaam van een volwassen gezonde persoon bevat gemiddeld vier tot zes liter bloed afhankelijk van het geslacht en het gewicht.

Bij groot bloedverlies, uitgebreide brandwonden, een ziekte of een bepaalde behandeling kan men ernstige tekorten hebben en kan de arts beslissen om deze aan te vullen door middel van een transfusie van een bepaald soort bloedproduct. De arts geeft de patiënt uitleg over de redenen en de risico’s van een bloedtransfusie en kan ook een informatiebrochure geven.

De bloedtransfusie gebeurt enkel met de goedkeuring van de patiënt zelf, tenzij de situatie levensbedreigend is en de patiënt niet in staat is om toestemming te geven. Vooraleer men begint met een bloedtransfusie, gaat men op zoek naar het bloedproduct dat past bij de persoon die het toegediend krijgt. Als de patiënt zijn of haar bloedgroep niet kent, wordt er tweemaal bloed afgenomen om met zekerheid de bloedgroep en de resusfactor te bepalen.

Ook wordt de aanwezigheid van afweerstoffen wordt gecontroleerd; sommige mensen hebben afweerstoffen in het bloed na een zwangerschap of een vroegere transfusie. Bij de toevoeging van de rode bloedcellen wordt er een kruisproef gedaan.

Hier wordt in het labo bloed van de donor gemengd met bloed van de patiënt. Als er een klonter in ontstaat is het bloed niet geschikt en zoekt men verder naar ander donorbloed tot de kruisproef goed of gunstig is. De afdeling wordt dan verwittigd en het bloedproduct kan afgehaald worden.

Hier worden alle gegevens grondig nagekeken. De identiteit van de patiënt wordt nagevraagd en gecheckt met de gegevens op de polsband. De toediening zelf kan langs verschillende anders plaatsvinden. Hiervoor wordt een infuus geprikt, dit kan langs een kleine ader in de arm of langs een al dan niet bestaande toegang in een grote ader.

Tijdens de transfusie controleert de verpleegkundige regelmatig het hart, de bloeddruk, de hartslag en temperatuur om bijwerkingen of reacties tijdig op te merken. Daarom is het belangrijk dat de patiënt de kamer of afdeling zeker niet verlaat.

Nuchter blijven moet voor een bloedtransfusie niet, de patiënt moet ook niet in bed blijven liggen. De duur van de transfusie hangt af van het bloedproduct en de lichamelijke toestand van de patiënt. Als men zich niet goed voelt tijdens de transfusie moet de patiënt de verpleegkundige verwittigen zodat men onmiddellijk kan ingrijpen. Alles wordt geregistreerd in een medisch dossier.

Prof. Dr. Zachée: Ondanks alle goede zorgen kan het toch zijn dat de bloedtransfusie toch enige reactie uitlokt. Dat kan zijn koorst, rillingen of allergische reacties. Als het niet te ernstig is , kan dit met medicijnen worden behandeld en kan de transfusie worden verdergezet. Bij ernstige transfusiereacties wordt de transfusie definitief stopgezet. Ook kan het zijn dat de patiënt een reactie doet als hij al thuis is, men spreekt van een uitgestelde transfusiereactie. Men kan dan ook koorts hebben, donkere urine en pijn ter hoogte van de nierstreek. Hij kan dan best de huisdokter verwittigen: de geneesheer kan dan bepaalde maatregelen nemen.

Als u nog enige vragen hebt over deze informatiefilm, over bloedtransfusie, kunt u hieromtrent uw arts contacteren. Hij of zij zal u dan verder helpen.

 

Laatste update op: 27-03-2018