Veelgestelde vragen

Wat is het bevallingspercentage in het ZNA Fertiliteitscentrum?

Er zijn verschillende manieren om succescijfers uit te drukken. Hierbij moeten we het beoogde eindresultaat goed voor ogen houden. Dat is in eerste instantie het bereiken van een zwangerschap, maar daarnaast ook de geboorte van een kind (bevallingspercentage). In het Engels spreekt men van ‘take home baby rate’. 

Bij ZNA Fertiliteit bedraagt het bevallingspercentage tussen 10 en 15% bij intra-uteriene inseminatie (IUI), afhankelijk van de gebruikte medicatie. 

Voor inseminaties met donorsperma bedraagt dit zelfs 22%.

Het bevallingspercentage voor IVF/ICSI bedraagt in dit centrum 31% per cyclus, hoewel er dus meer vrouwen zwanger worden (> 40%).

Voor een cyclus met een embryo ingevroren met vitrificatietechniek is de zwangerschapskans ongeveer 30%.

Omdat niet alle patiënten de behandeling volhouden en soms vroegtijdig afhaken, wordt de kans berekend om met een baby naar huis te gaan in functie van het aantal pogingen dat de patiënten ondergaan. Na de eerste cyclus is dat percentage ongeveer 30%, na 3 cycli 65% en na 6 cycli 85%. Het loont dus de moeite om vol te houden, maar dit zal bij een tussentijds gesprek met de gynaecoloog geëvalueerd worden.

Hebben kinderen na IVF/ICSI vaker aangeboren afwijkingen?

Na IVF is er geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. 

Na ICSI is er een licht verhoogde kans op een chromosomale en congenitale afwijkingen. Het natuurlijk selectieproces wordt door deze techniek uitgeschakeld. Hier ligt dan ook de oorzaak van het licht verhoogde risico. De behandelende gynaecoloog zal elk geval individueel beoordelen. 

In geval van ICSI is prenatale genetische (vruchtwaterpunctie, vlokkentest) en echoscopische diagnostiek sterk geadviseerd.

Bestaat er een kans dat een staal of een embryo wordt verwisseld?

Het ZNA Centrum voor Reproductieve Geneeskunde stelt alles in het werk om verwisseling te voorkomen. Alle procedures verlopen volgens een duidelijk patroon dat door alle personeelsleden is gekend en wordt opgevolgd. 

Uiteraard gaat het hier om een gedeelde verantwoordelijkheid met de patiënt, die de juiste identificatiegegevens aanbrengt waar nodig.

Moet ik rusten na een embryotransfer?

Neen, dat is echt niet nodig. Normale dagelijkse activiteit stelt geen enkel probleem.

Mag ik sporten of reizen na een embryotransfer?

Recreatief sporten, zoals wandelen en fietsen, stelt geen probleem. Ook de sporten die je gewoon bent te doen, kan je verder blijven beoefenen. Enkel bij veel last in de onderbuik wordt geadviseerd om het rustig aan te doen en niet te sporten

Tijdens de prille zwangerschap kunnen er zich complicaties voordoen, zoals bloedverlies en pijn. Het is voor het ZNA Fertiliteitscentrum niet mogelijk om van op afstand de ernst in te schatten en medisch advies te geven. Om die redenraden wij reizen in het begin van de zwangerschap af.

Heb ik inspraak in de keuze of kenmerken van een donor?

Spermadonatie is anoniem. De arts kan enkel matchen op enkele uiterlijke kenmerken en bloedgroep.

Heeft de medicatie een negatieve invloed op mijn gezondheid?

Neen. Er zijn voorlopig geen aanwijzingen dat behandeling met hormonen een verhoogd risico geeft op eierstok-, borst-, of baarmoederkanker.  Hormonenstimulatie tijdens een IVF-behandeling kan echter leiden tot overstimulatie, wat kan resulteren in tijdelijk ongemak en een eventuele ziekenhuisopname.

Mogen wij vrijen tijdens de behandeling?

Vrijen zal het verloop van je stimulatie niet verstoren. De dag van de punctie is vaginale coitus niet aangewezen gezien mogelijke complicaties na de ingreep. Na de transfer is vrijen geen probleem.

Zijn er risico’s verbonden aan mijn behandeling?

Tot voor enkele jaren was het grootste risico van een IVF-behandeling de kans op een meerlingzwangerschap. Tweelingen, maar vooral drielingen of vierlingen betekenen een sterk verhoogd risico op complicaties voor moeder en kinderen. Door een verandering in het aantal embryo’s dat wordt teruggeplaatst is de kans op een tweelingzwangerschap nu beperkt tot 5-10%. 

De meest voorkomende complicatie is het ‘ovarieel hyperstimulatie syndroom’.  Zeldzame complicaties na IVF zijn bloeding, infectie, torsie (=steeldraaiing) van ovarium en trombosevorming.

Wat is het ovarieel hyperstimulatie syndroom?

De meest voorkomende complicatie bij IVF/ICSI-behandeling is het ‘ovarieel hyperstimulatie syndroom’.

Deze aandoening is het gevolg van een te sterke reactie op de medicatie die de eierstokken stimuleert. Om die reden word je dan ook zorgvuldig opgevolgd door middel van echografie en bloedafnames. De dosis van de medicatie wordt aangepast zodat onder veilige en verantwoorde omstandigheden de eicelaspiratie gepland kan worden.

Op de dag van de transfer vindt er een evaluatie van de overstimulatie door middel van klinisch en echografisch onderzoek plaats. De arts evalueert hoe groot het risico op de OHSS is. Bij een te grote risico wordt de transfer geannuleerd. De embryo’s worden gecryopreserveerd. Je stopt dan met alle medicatie en wacht de menstruatie af. Met de menstruatie zal je lichaam weer tot rust komen, want OHSS is zelflimiterend zolang je niet zwanger wordt. Het embryo wordt dan in een spontane of hormoongestimuleerde cyclus teruggeplaatst. Zo voorkomt men een ernstig OHSS dat eventueel kan leiden tot ziekenhuisopname.

Tijdens de stimulatiefase en zeker ook na de eicelapsiratie kan je het nodige ongemak en/of pijn in de onderbuik ondervinden. Wanneer je veel pijn of last in de onderbuik, maaglast ondervindt of misselijkheid en/of kortademig bent, dien je zeker onze afdeling te contacteren voor een extra controle. De kans is dan ook groot dat je bijkomende rust zal voorgeschreven worden.

Soms is een ziekenhuisopname noodzakelijk.

Wat gaat de behandeling mij kosten?

Er wordt wel eens gezegd dat een IVF-behandeling gratis is, maar dat is niet geheel juist. Enkel de laboratoriumkosten worden volledig ten laste genomen van de ziekenfondsen.

Een overzicht van de kostprijs van fertiliteitsbehandelingen

Hoe word ik spermadonor?

Vermits de vraag naar donorsperma permanent blijft bestaan, doet het ZNA Fertiliteits centrum een oproep tot gezonde mannen tussen 18 en 45 jaar om zich aan te bieden als spermadonor

De mannen die zich aanbieden als kandidaat-spermadonor te worden, dienen een aantal onderzoeken te ondergaan.

De kandidaat-donor wordt gevraagd om vooraf twee spermastalen, met een tussentijd van 3 weken, af te geven. Deze 2 spermastalen worden grondig onderzocht en getest op kwaliteit en invriesbaarheid. Het is immers zo dat menselijk sperma, zelfs indien van goede kwaliteit vaak veel kwaliteit verliest na invriezen en ontdooien waardoor het niet meer bruikbaar is.

Bij afgifte van het eerste spermastaal wordt ook een bloedstaal genomen dat getest wordt op afwezigheid van seksueel onverdraagbare ziektes o.a. HIV, Hepatitis B en C, Syfilis en Chlamydia. Een urinestaal is ook noodzakelijk.

Een van de gynaecologen zal de bekomen resultaten van deze onderzoeken uitvoerig bespreken met de kandidaat-donor.  Tijdens dat gesprek zal de gynaecoloog meedelen of de kandidaat-donor geschikt is om spermadonor te worden. Ook de medische en psychische voorgeschiedenis van de kandidaat-donor komen aan bod. Ten slotte wordt gepeild naar de reden waarom hij donor wil worden.

De kandidaat-donor vult dan een toestemmingsformulier met betrekking tot donatie van sperma in, waarin een aantal wettelijke bepalingen zijn opgenomen.

Nog meer informatie? 

Contacteer het Labo Andrologie op het nummer: 03 280 24 51  (elke werkdag van 8.30 u. tot 16.30 u.), of mail naar: [email protected]


Wat is een biochemische zwangerschap? Waarin verschilt een biochemische zwangerschap van een miskraam?

Als een vrouw niet zwanger is, kan je in haar bloed geen zwangerschapshormoon (βhCG) detecteren.
Minstens de helft van alle embryo’s (ontstaan na bevruchting van de eicel door de zaadcel) zal zich niet innestelen in het baarmoederslijmvlies waardoor dit  dus niet zal leiden tot een zwangerschap, maw het βhCG in het bloed is negatief.
Wanneer het embryo zich wel innestelt begint de βhCG-uitscheiding in het bloed van de vrouw en is ze zwanger (spontaan of na fertiliteitsbehandeling). 
Initieel is de βhCG-waarde erg laag. Er zijn op dat moment dan ook geen uiterlijke tekenen van een zwangerschap en echografisch kan de zwangerschap niet opgespoord worden. Deze fase noemen we de biochemische fase.  
Bij een doorgaande zwangerschap zal deze hoeveelheid βhCG  volgens een bepaald patroon stijgen (de waarde verdubbelt zich om de 2 dagen).
Het is helaas ook mogelijk dat een zwangerschap zich na deze biochemische fase zich niet verder ontwikkelt.  We spreken dan van een biochemische zwangerschap. 
Maw een biochemische zwangerschap is een zwangerschap die al zeer vroeg stopt met groeien, waarbij aanvankelijk wel stijgende βhCG- waarden werden gedetecteerd, die daarna verdwijnen,  en waar dus nooit een echografisch beeld van een  zwangerschap kon gezien worden.
Indien er zich wel een vruchtzak ontwikkelt, maar geen dooierzak en vruchtje (embryonale pool), wordt gesproken van een windei  of ‘blighted ovum’. 
Van een ‘miskraam’ spreken we pas als op de echografie een embryo te zien is of was maar geen hartactie waardoor de zwangerschap niet verder evolueert.

Wat als mijn 6 terugbetaalde IVF/ICSI-pogingen opgebruikt zijn?

Wil je na je 6 terugbetaalde pogingen nog verder gaan met een IVF/ICSI-behandeling, dan is dat mogelijk na consultatie van je arts. Samen met jou zal hij nagaan of verder behandelen medisch zinvol is. Hou daarbij rekening het feit dat je in dat geval een voorschot van 3.200 euro zal moeten betalen.

Laatste update op: 04-06-2018