ZNA & GZA werken samen: de pectuskliniek

In de pectuskliniek worden kinderen en jongeren met aangeboren borstkasafwijkingen behandeld. Dit gebeurt door meerdere specialistische disciplines samen. De behandeling kan operatief of niet-operatief zijn en door een team van kinderchirurgen, kinderartsen, kinesisten en kinderanesthesisten wordt de meest passende behandeling gekozen en voorgesteld.

Er zijn twee aandoeningen die vooral voorkomen: het gaat over de trechterborst of de pectus excavatum en de kippenborst of de pectus carinatum. Een trechterborst behandelen we meestal operatief met behulp van een titanium staaf. Deze wordt geplaatst met behulp van een kijkoperatie en wordt ter plekke gemodelleerd. Na twee à drie jaar wordt de staaf terug verwijderd.

Dan is er ook nog de pectus carinatum of de kippenborst, waarbij het borstbeen eerder naar voor toe groeit. Dat kunnen we ook op twee manieren gaan behandelen: de ene manier is operatief, waarbij we met een kleine incisie ter hoogte van het borstbeen de borstkas terug op de correcte manier gaan vormgeven. Een andere behandeling die we ook toepassen is de pectus brace waarbij we op een niet-operatieve manier druk gaan uitoefenen op het borstbeen om op die manier een correctie door te voeren.

Een kleine 20 jaar geleden werd de eerste Nuss-procedure, dus het plaatsen van de pectusstaaf, uitgevoerd in de GZA-ziekenhuizen. Dat was ook de eerste ingreep in Vlaanderen en sinds die periode is de samenwerking tussen de kinderchirurgische diensten van ZNA en GZA alleen maar sterker geworden en verder uitgegroeid tot de eengemaakte dienst die er vandaag is.

Dergelijke bundeling van kennis en ervaring is een grote meerwaarde voor de patiënt. Het verhoogt niet alleen de kwaliteit van de behandeling, maar het verhoogt ook de beleving van heel het zorgproces door de patiënten en hun ouders.

Laatste update op: 15-10-2019