Nazorg

Meestal kan je een dag na het plaatsen van de katheter naar huis.

Soms word je na deze ingreep kort opgenomen, zeker als je koorts of een infectie kreeg. 

Complicaties

Bij alle ingrepen aan de nier kan een bloeding ontstaan. Meestal stopt deze vanzelf. In zeldzame gevallen is een nieroperatie noodzakelijk om de bloeding te stoppen.

Het is mogelijk dat de katheter bij het inbrengen door een darmlis heen gaat. Deze complicatie moet de arts soms met een operatie corrigeren, maar dat komt weinig voor.

Wanneer je veel pijn of koorts hebt, als de katheter is uitgevallen of verstopt is (kijk goed of er geen knik in de katheter zit) als de insteekopening rood, pijnlijk en ontstoken is, neem dan contact op met je huisarts, uroloog of de dienst spoedgevallen.

Omgaan met de katheter

Een nefrostomiekatheter moet heel goed worden verzorgd.

  • De insteekopening van de katheter moet iedere dag afgedekt worden met een steriel verband.
  • De urine die uit de katheter komt, wordt opgevangen in een urinezakje dat op het bovenbeen kan worden vastgemaakt. Aan de onderkant van de beenzak zit een aftapkraan. Als de zak vol is kan je de urine via deze kraan eenvoudig in het toilet laten lopen. De beenzak draag je overdag onder je kleren. ’s Nachts wordt je urine, via de aftapkraan van de beenzak, opgevangen in een grotere nachtzak, zodat je rustig door kunt slapen.
  • Douchen met de katheter is geen probleem. Je mag met deze katheter niet in bad.
  • Rondom elke katheter kan extra weefsel (‘wild vlees’) ontstaan. Dit kan jij of de arts aanstippen met zilvernitraat.
  • Een nefrostomiekatheter wordt in principe niet gespoeld als je urine produceert.
  • Bij lekkage langs de katheter kijk jij eerst of er geen knik zit in de nefrostomiekatheter of in de slang. Als dit niet zo is, contacteer dan je arts. 

Verwisselen van de katheter

Als je een blijvende katheter hebt, wordt deze regelmatig (meestal om de zes weken) gewisseld. Dit hoeft normaal gezien niet onder narcose te gebeuren.

Laatste update op: 23-08-2017