Valpreventie

Binnen ZNA is er een uitgewerkt valpreventiebeleid. Dit beleid beschrijft het proces dat in het ziekenhuis geïmplementeerd is om vallen en risico op letsel door vallen te voorkomen.

Met het valpreventiebeleid wil ZNA:

  • Het valrisico voor alle patiënten verminderen door het creëren van een veilige omgeving.
  • Het valrisico bij patiënten met een verhoogd risico verminderen door een vroegtijdige risico-inschatting en het nemen van de nodige bijkomende preventieve maatregelen.
  • Gepaste acties nemen bij een val.

Het valpreventiebeleid is van toepassing op

  • alle gehospitaliseerde patiënten (opgenomen voor 1 nacht of meer),
  • alle patiënten die in het dagziekenhuis verblijven (hospitalisatie zonder overnachting),
  • alle ambulante patiënten van wie de toestand, diagnose, situatie of locatie een verhoogd valrisico met zich meebrengt.

Procedure

Dagziekenhuis en hospitalisatiediensten (poliklinieken)

Alle patiënten krijgen een assessment binnen de 24 uur na opname. Is er een positief valrisico, dan schrijft de arts een dieper assessment voor (medische opdracht). Het dieper assessment gevolgd door aangepaste acties gebeurt door een andere arts, een verpleegkundige of een paramedicus.

Volwassen opgenomen patiënten worden beoordeeld op valrisico binnen 24 uur na opname, aan de hand van valhistoriek en klinisch oordeel weergegeven in één van de volgende 3 vragen.

  1. Is de reden van opname vallen?
  2. Is de patiënt de afgelopen 6 maanden gevallen?
  3. Oordeelt u op basis van klinische gegevens en observatie dat de patiënt een verhoogd risico op valincidenten heeft?

Opgenomen kinderen worden beoordeeld op valrisico aan de hand van de Humpty Dumpty Fall Assessment Scale

Het resultaat van het assessment wordt steeds genoteerd in het patiëntendossier.

In een aantal gevallen schatten we het valrisico bij patiënten automatisch hoog in. Dat komt door de aard van hun problematiek  Dat geldt voor patiënten van de volgende poliklinieken: neurologie, hemato-oncologie, cardiologie, endocrinologie, fysische geneeskunde, geriatrie, oftalmologie, orthopedie.

Ambulante patiënten

Omwille van de kortstondige aanwezigheid in het ziekenhuis wordt het valrisico bepaald op basis van het klinisch oordeel en op aangeven van de patiënt zelf.

Indien de patiënt de afgelopen zes maanden is gevallen en bang is om opnieuw te vallen, raden we aan om begeleiding mee te brengen naar het ziekenhuis.

Er wordt voor elk ambulant contact een valscreening uitgevoerd op basis van het klinisch oordeel van de arts. Hierbij zal de arts nagaan of er bij de patiënt een valrisico aanwezig is. Ook zal de arts het valrisico beoordelen wanneer hij/zij handelingen stelt die een verhoogd valrisico met zich meebrengen (bv toedienen sedativum, gewrichtspuncties, bepaalde onderzoeken, …).

Preventieve en ondersteunende maatregelen bij verhoogd valrisico

Sensibiliseren via posters en brochures

Het ziekenhuis brengt posters aan in wachtzalen van risicovolle poliklinieken en stelt info ter beschikking die valrisico kunnen vermijden (brochure en/of info via TV schermen in de wachtzaal)

Rolstoelen/rollator

Het ziekenhuis stelt rolstoelen ter beschikking van patiënten in de inkomhal of in de wachtzalen van de risicovolle poliklinieken

Vrijwilligers

Indien aanwezig kunnen vrijwilligers ingeschakeld worden om risico patiënten te begeleiden naar de polikliniek

Rustpunten

Het ziekenhuis voorziet rustpunten in het traject naar de polikliniek

Er zijn ‘Kiss & Ride’-zones voorzien zodat patiënten en familie de ingang van het ziekenhuis vlot kunnen bereiken. De inrichting van deze zones hangt af van de infrastructuur van de site.

Herevaluatie van het valrisico

Het valrisico kan veranderen gedurende de opname, vandaar dat het risico opnieuw moet worden geëvalueerd bij patiënten die bij opname geen verhoogd valrisico hadden.

  • Bij een valincident
  • Binnen de eerste 24 uur na een operatie/ingreep
  • Bij de opstart van risicovolle medicatie voor vallen (anti-hypertensiva, postnarcose, sedativa/slaapmiddelen)
  • Bij motorische veranderingen

Het resultaat van de herevaluatie wordt gerapporteerd in het patiëntendossier.

Evaluatiecriteria

  • Resultaten van screening en assessment zijn terug te vinden in het patiëntendossier.
  • Jaarlijks doet elke afdeling een risicoanalyse van de afdeling.
  • De stuurgroep valpreventie voert jaarlijks een ZNA brede risicoanalyse uit op de valincidenten.
  • Jaarlijks voert de technische dienst een controle uit op de gemeenschappelijke ruimtes binnen een gebouw.

 

 

Laatste update op: 14-08-2019