Beenmergonderzoek

 

Bij bepaalde bloedziekten zijn er afwijkende cellen aanwezig in het beenmerg (de sponsachtige, rode substantie die zich in het binnenste deel van de botten bevindt en waarin de stamcellen zitten waaruit bloedplaatjes, rode en witte bloedcellen gemaakt worden).

De afwijkende cellen worden opgespoord en onderzocht via een beenmergonderzoek. Een beenmergonderzoek kan ook zinvol zijn na de behandeling van een bloedziekte: wanneer er geen afwijkende cellen meer zijn, weet men dat de behandeling doeltreffend was.

Een beenmergonderzoek kan zijn: 

  • een beenmergpunctie: met een naald haalt de hematoloog wat beenmerg uit het bot. Meestal gebeurt dit aan de heup of bij het borstbeen.
  • een botbiopsie of botboring: laat toe een stukje bot weg te nemen.

De ingrepen (beenmergpunctie en botbiopsie) worden meestal gecombineerd en met dezelfde naald uitgevoerd.

Mogelijke bijwerkingen

  • Na de beenmergpunctie kan de prikplaats een paar dagen pijnlijk aanvoelen – te vergelijken met de pijn van een bloeduitstorting. Dit is normaal en verdwijnt na een paar dagen vanzelf. Je mag hier steeds paracetamol voor innemen.
  • In uitzonderlijke gevallen kunnen er na de beenmergpunctie klachten optreden als koorts, toenemende zwelling, bloeding of hevige pijn.
    Neem dan zeker contact met op met de dienst Hematologie: 03 217 72 25 (buiten de diensturen wordt deze lijn automatisch doorverbonden naar de opnamedienst).
Laatste update op: 19-03-2016
Auteur(s): Team Hematologie (Bloedziekten)