Klinisch pad dementie

Het gespecialiseerd klinisch pad dementie wordt georganiseerd bij ZNA Joostens, dat hiervoor over twee gespecialiseerde afdelingen beschikt. Deze aanpak heeft tot doel om alle vormen van hulpverlening (zowel binnen het ziekenhuis als in de thuisomgeving) voor een patiënt met dementie zo goed mogelijk af te stemmen op zijn de behoeften. 

Hoe verloopt zo’n klinisch pad dementie?

Het klinisch pad bestaat uit een hele reeks onderzoeken, testen en overlegmomenten die op vaste tijdstippen plaatsvinden. Dit onderzoeks- en observatieprogramma neemt zo’n 5 weken in beslag. Gedurende die tijd verblijft de patiënt op een gespecialiseerde afdeling. Het klinisch pad is opgedeeld in drie perioden. 

Periode 1

Bij aanvang van de opname vindt een uitgebreid onthaalgesprek plaats waarbij een verpleegkundige met de patiënt en zijn de familie het hele traject overloopt en duidelijk uitlegt wat er hem/haar te wachten staat. 

De patiënt en de familie kunnen hier ook hun verwachtingen aangeven zodat het onderzoekstraject hierop kan worden afgestemd. Nadien volgen onder meer een klinisch en cognitief onderzoek, anamnese, EKG en MRSA screening. Ook alle relevante medisch-technische gegevens worden verzameld. Intussen observeren de zorgverleners op de afdeling het gedrag van de patiënt met het oog op een passende behandeling. 

Op basis van al deze onderzoeksresultaten stelt de arts een voorlopig psychogeriatrisch behandelingsplan op. Dat houdt ook opvolging en - waar nodig - bijsturing van de medicatie in. Het psychogeriatrisch team formuleert dan voor elke patiënt een aantal doelstellingen, die als leidraad dienen gedurende de rest van de opname. 

Periode 2 en 3 : diagnose en toekomstadvies

In periode 2 en 3 die samen zo’n 4 weken duren, zal het team het beeld van de patiënt verder verfijnen en op punt stellen aan de hand van bijkomende testen en onderzoeken (zoals de communicatievaardigheden, het valrisico, depressieve stemming…). 

De behandelende arts en de geriater stellen tenslotte in samenspraak met het team een definitieve diagnose en een toekomstadvies op. In dialoog met de patiënt en zijn de familie kijken we samen welke oplossing het meest geschikt en gewenst is: een opname in een thuisvervangende omgeving of terug naar huis? 

Wat bij twijfel ?

Is er twijfel of iemand veilig terug naar huis kan, dan kan de patiënt het zelfzorgprogramma volgen als voorbereiding op zo’n terugkeer. Dit bootst de ‘normale’ thuisomgeving na en toetst gedurende een viertal weken de vaardigheden van de patiënt om zelfstandig te leven en voor zichzelf te zorgen. Na afloop van dit oefenprogramma volgen er enkele proefweekends thuis en krijgt de patiënt een aangepast toekomstadvies van het team. 

Laatste update op: 24-05-2018