Verloop

  • Je blaas wordt via een blaassonde gevuld met steriel water.
  • Na desinfectie van de buikwandhuid wordt je huid verdoofd met een injectie.
  • Vervolgens maakt de arts een kleine snee in de verdoofde huid. Hierna prikt de arts met een dikkere naald de blaas aan. Dit kan pijnlijk zijn. Er zit een holle buis om de naald. Nadat de arts de naald verwijdert, kan via deze buis de sonde rechtstreeks in de blaas worden geplaatst.
  • De arts verwijdert de buis en de ballon van de sonde wordt opgeblazen om ervoor te zorgen dat de sonde in de blaas blijft zitten. Soms zet de arts de sonde ook met een hechting vast. Na ongeveer een week kan deze hechting verwijderd worden.
  • Na een geslaagde plaatsing van de suprapubische sonde, verwijdert de arts de sonde langs de plasbuis. Het wondje bij de suprapubische sonde wordt met een steriel verband bedekt.

 

Omgaan met de suprapubische sonde

  • De insteekopening van de sonde moet iedere dag ontsmet en afgedekt worden met een steriel gaas.
  • De urine die uit de katheter komt, wordt opgevangen in een urinezakje. Overdag wordt hier een beenzakje voor gebruikt en ‘s nachts een grotere nachtzak. De zakken kan je drie dagen gebruiken, daarna moeten ze vervangen worden. 
  • Overdag kan je de sonde afsluiten met een speciaal stopje. Je moet de blaas dan wel regelmatig legen. Bijvoorbeeld elke drie tot vier uur, zoals afgesproken met je arts.
  • Douchen en baden met de sonde kan zonder problemen.
  • Om de zes à acht weken moet de sonde onder steriele omstandigheden verwisseld worden. Meteen nadat de oude sonde is verwijderd, moet de nieuwe worden ingebracht. Dit omdat het insteekkanaal vrij snel kan sluiten. 
  • Soms ontstaat er in de blaas neerslag (slijm of gruis) of steenvorming. Om dit te voorkomen moet je veel drinken en kan je uroloog blaasspoelingen adviseren. De thuisverpleegkundige kan dit doen.

 

Mogelijke problemen op langere termijn

Lekkage van de sonde

Sommige patiënten met een sonde blijven of worden incontinent door urineverlies naast de sonde. Meestal ligt de oorzaak in een knik of afsnoering van de slang naar de urinezak. Bij een blaassamentrekking wordt urine naast de sonde geperst. Ook kunnen er blaaskrampen zijn doordat de sonde irriteert.

Verstopping van de sonde

Als de sonde niet meer functioneert, moet ze gespoeld of gewisseld worden.

Uitvallen van de sonde

Wanneer de sonde is uitgevallen moet zo snel mogelijk een nieuwe sonde ingebracht worden, voordat het gaatje weer sluit (dit kan snel gaan). Indien dit niet meer lukt, zal een blaassonde langs de urinebuis geplaatst worden. Er kan dan opnieuw een afspraak worden gemaakt voor herplaatsen van de suprapubische sonde.

Blaaskrampen

Vaak is dit een gevolg van irritatie door de sonde. Dit kan behandeld worden met spasmenremmende medicamenten. 

Antibioticagebruik

Wij willen je waarschuwen voor het overmatig gebruik van antibiotica. Iedere patiënt met een blaassonde (suprapubisch of langs de plasbuis) heeft bacteriën in de urine. Antibiotische behandeling is alleen nodig bij een symptomatische infectie.

Laatste update op: 04-05-2016