Locoregionale ingrepen

Soms kan in overleg met de chirurg, anesthesist en jou beslist worden om de ingreep onder locoregionale verdoving te laten doorgaan, al dan niet gecombineerd met een algemene verdoving.

Bij regionale verdoving verdooft de anesthesist het betreffende lichaamsdeel tijdelijk door een verdovingsproduct in te spuiten in de buurt van een zenuwbaan zodat je geen pijn ervaart tijdens de ingreep. Deze verdoving zorgt er ook voor dat je na de ingreep minder pijn ervaart.
Vermits bij deze technieken de naald zich in de buurt van zenuwstructuren bevindt, is het zeer belangrijk dat je rustig blijft zitten, niet beweegt en dat je bij de minste tinteling de anesthesist hiervan op de hoogte brengt.

Als er taalproblemen zijn en er zich communicatiestoornissen kunnen voordoen, kan de anesthesist omwille van veiligheidsredenen beslissen om de procedure niet uit te voeren.

Er zijn verschillende soorten locoregionale verdoving:

  • De epidurale verdoving
  • De spinale verdoving
  • De CSE of gecombineerde spinale en epidurale techniek.
  • Het interscalenusblok (zenuwblok in de hals)
  • Het supra-of infraclaviculair blok (prik boven of onder het sleutelbeen)
  • Het axillairblok (prik in de oksel)
  • Het femoralisblok (prik in de lies)
  • Het ischiadicusblok (prik aan de achterkant van de bil)
  • Het popliteaalblok (prik net iets boven de kniekuil)
  • Het plexus cervicalisblok (prik in de hals aan de zijkant)

Meer info over de verschillende soorten locoregionale verdoving.

Laatste update op: 26-04-2016