Waarom bij ons?

Sinds zijn opstart in 1990 bekleedt ZNA Fertiliteit een voorname plaats in het landschap van de voortplantingsgeneeskunde.

Het ZNA Fertiliteitscentrum biedt dan ook een complete en hoogkwalitatieve  behandeling:

  • Zowel de monitoring als het labogedeelte van de fertiliteitsbehandeling kunnen in ons centrum gebeuren (erkend B-centrum).
  • Nieuwe technieken en behandelingen worden ingevoerd nadat aangetoond werd dat ze wetenschappelijk onderbouwd en veilig zijn.
  • Pre-implantatie Genetische Diagnostiek (PGD) gebeurt via een samenwerking met de dienst genetica en het CRG van het UZ-VUB-Brussel.

Binnen ZNA Fertiliteit is er aandacht voor zowel medische als emotionele noden van de patiënt. Patiënten voelen zich geen nummer, dankzij de hechte en kleinschalige samenwerking van artsen, fertiliteitsverpleegkundigen en labomedewerkers. Psychische ondersteuning wordt geboden via het centrum voor psychisch welzijn, Anthe.

Het ZNA Fertiliteitscentrum is 1 van de centra die een voortrekkersrol speelde in het bekomen van de IVF-terugbetaling door de mutualiteit en het daar aan gekoppelde invoeren van ‘Single Embryo Transfer’.

Nog steeds is het percentage tweelingzwangerschappen (= hoog-riscico-zwangerschappen) ontstaan na vruchtbaarheidsbehandeling in ons centrum erg laag.

Het ZNA fertiliteitsteam is ervan overtuigd dat een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk is om optimale zorg te kunnen verlenen aan patiënten met fertiliteitsproblemen. Een dergelijke aanpak zorgt er namelijk voor dat diagnose, behandelingsstrategie, optimale voorlichting en psychologische ondersteuning elkaar perfect aanvullen. Daarom werkt het fertiliteitscentrum intens samen met:

Er is ook een vlotte samenwerking met de diensten Obstetrie-Gynaecologie, Endocrinologie, Oncologie en Algemene heelkunde.

ISO-certificaat voor kwaliteitsvolle patiëntenzorg

Het ZNA Fertiliteitscentrum (CRG) streeft continu naar kwaliteit. Het centrum:

  • biedt alle aspecten van fertiliteitsonderzoeken en -behandelingen aan;
  • besteedt enorm veel belang aan een optimale begeleiding van vrouwen en koppels met vruchtbaarheidsproblemen;
  • hanteert zeer geavanceerde vruchtbaarheidstechnieken om deze optimale zorg te kunnen garanderen. 

Dit streven naar kwaliteit is bevestigd door het “ISO-certificaat voor kwaliteitsvolle patiëntenzorg” dat het ZNA Fertiliteitscentrum keer op keer wist te behalen:

  • 7 mei 2007: ISO 9001:2000 certificaat
  • 7 mei 2010 en 7 mei 2013: ISO 9001:2008 certificaat

Dit ISO-certificaat wordt, na grondige controle, toegekend aan een ‘organisatie’ die kan bewijzen dat de kwaliteit van haar diensten en producten gewaarborgd is.

In de gezondheidszorg is zo’n ISO-certificering eerder een uitzondering, dan regel.

ZNA beschouwt dit certificaat dan ook als de bekroning van een jarenlange gestructureerde en kwaliteitsvolle aanpak van vruchtbaarheidsproblemen . Het is tegelijkertijd een onderscheiding en een opdracht.

Pionier in Single Embryo Transfer

SET of het terugplaatsen van slechts één embryo per poging is de meest voor de hand liggende strategie om een meerlingzwangerschap te voorkomen.

Het ZNA Fertiliteitscentrum speelde sinds 1997 een pioniersrol bij de invoering van SET in de dagelijkse praktijk.

Het zorgde er mee voor dat, van bij de start van de terugbetaling van de IVF/ICSI-behandeling (KB van 01/07/2003), de willekeur bij de terugplaatsing van het aantal embryo’s wettelijk aan banden werd gelegd.

Bij vrouwen jonger dan 36 mag in een eerste IVF/ICSI-cyclus slechts één embryo worden teruggeplaatst. Ook in een tweede cyclus wordt bij deze groep de terugplaatsing van slechts één embryo nagestreefd tenzij de kwaliteit van het embryo niet goed is.

De ervaring heeft echter geleerd dat ook de ruimere toepassing van SET geen negatieve impact heeft op het zwangerschapscijfer bijvoorbeeld bij vrouwen tot 38 of bij toepassing in de tweede IVF/ICSI cyclus. De laatste jaren kregen meer dan twee patiënten op drie slechts één embryo teruggeplaatst zonder daling van de kans op succes. Het tweelingpercentage daalde tot ver beneden 10% en drielingen kwamen de laatste jaren zelden voor.

Overleg tussen het koppel en de behandelende arts is steeds aangewezen, maar de arts kan natuurlijk de beperkingen van de wet niet naast zich neer leggen.

Laatste update op: 22-05-2018